Kasteel Raath
Kasteel ‘Raath’ is gebouwd in 't jaar onzes Heren 1686 door de drossaard van het graafschap Amstenrade, weled.gestr. Heer Gerard Duijkers, welke in 1687 huwde met Anna Judith Tummers uit Raath.
Naast dit kasteel bouwde hij een kapel die op 5 oct. 1690 door Mrg. Reginaldus Cools, bisschop van Roermond, geconsacreerd werd. Zijn zoon Leopold behaalde aan de Leuvense universiteit eveneens de graad van licentiaat in de beide rechten. Als drossaard haalde hij zich, door een veroordeling van leden der Bokkenrijdersbende, de haat op de hals van deze dieven- en moordenaarsbende. Na herhaalde inbraakpogingen staken deze, een vilder met zijn dochter uit het naburige Hoensbroek, het kasteel te Raath in brand. Beiden werden te Schinnen opgehangen. Daar het kasteel voorlopig onbewoonbaar was geworden verbleef hij de rest van zijn leven te Aken, bij zijn zuster, waar hij in 1753 overleed.
Het kasteel werd in 1804 grondig gerestaureerd door de
architect Duijkers uit Luik (te zien in 't Rijksarchief te Maastricht). De laatste der fam. Duijkers was Coenraad Jos Duijkers, die op het kasteel te Raath overleed op 24 sept. 1808; zijn vrouw overleed er op 27 aug. 1835. De in 1688 gebouwde huiskapel werd alleen bezocht door de bewoners van het kasteel. Op 8 april 1688 werd voor 't eerst de heilige mis gelezen door een broer van drossaert Duijkers. De eerste rector die in 1708 aan de familie kapel werd verbonden was de weleerw. Heer Johannus Tummers. Zijn opvolger was Jan Cremers van 1780 tot okt. 1836. In 1877 werd de kleine huiskapel vergroot en hierdoor voor iedereen toegankelijk gesteld. De laatste Rector van deze kapel, in 1936, was weer een weleerw. Heer Tummers. De kapel is hierna gesloopt.
Een kleine rest, zijnde een zijingang van de kapel die uitkwam in het park, is in aug. 1963 gesloopt. In 1835 ging het kasteel met aanhorigheden, waaronder nog koetsierswoning, remise, paarden-, koeien- en runderstallen, enz. over aan de familie Janssen. De laatsten der fam. Janssen verkochten het kasteel in 1960 aan de gemeente Bingelrade. De gemeente Bingelrade verkocht op 10 jan. 1962 heb kasteel met bijgebouwen aan Architect Herman Hubert Lendfers, gehuwd met Maria Josephina Elise Handels. Laatst genoemde Lendfers restaureerden de gebouwen en hebben het kasteel bewoond tot 5 sept. 1978.
De volgende eigenaar werd fam. Rijkers, zij hebben het sanitair gemoderniseerd en het kasteel voorzien van centrale verwarming. In het kasteel werd hun eerste kind geboren. Na drie jaar het kasteel te hebben bewoond, hebben zij het weer verkocht. Op 1 jan. 1982 werd eigenaar en bewoner Nanning Cornelis Nap, koopman en beedigd makelaar, gehuwd met Adolfina Johanna Anna Noppen. Zij hebben het kasteel, de bijgebouwen en de tuinen nog zeer verfraaid.
Na enkele jaren leegstand kocht in 1986 Dhr. W.Th. Migchelsen, gehuwd met Rosetta Rosalba Spurio, het toen al verwaarloosde gebouw aan. Trapsgewijs werden ingrijpende restauraties uitgevoerd, zoals zandstralen van de muren, invoegen, vernieuwing van alle kozijnen en ramen. Intern werden diverse plafonds geheel gerestaureerd. De Salon du ‘Marquise’ en de jachtkamer zijn ingericht voor de groothandel en verkoop aan particulieren van Migelli sieraden met diamant. In 2004 bestond het gebouw 200 jaar. Ter ere van dit jubileum is in de tuin een schitterende fontein geplaatst. Tijdens een feest op 30 mei werd deze ingezegend door Monseigneur Rossi uit Rome. TV Limburg en het Limburgs Dagblad waren aanwezig om verslag te doen. De opzet om het kasteel in optimale vorm en uitvoering te restaureren gaat tot op de dag van vandaag door.